|
| Wetgeving | |||||
| Woningwet | |||||
WoningwetDe woningwet van 1991 bevat een bepaling inzake het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond. Daaraan is een onderzoeksplicht gekoppeld. Door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) is hieraan nadere uitwerking gegeven in een Modelbouwverordening, die in de meeste gemeenten als basis dient voor de gemeentelijke verordening. Voor de exacte inhoud van de bouwverordening van een bepaalde gemeente kunt u contact opnemen met de betreffende gemeente, of kijk eens op de betreffende internetsite van de gemeente. Bij alle voorgenomen bouwactiviteiten is de initiatiefnemer verantwoordelijk voor het uitvoeren van het vereiste bodemonderzoek en een eventuele noodzakelijke bodemsanering. In een aantal situaties is het uitvoeren van een bodemonderzoek niet noodzakelijk en kan hiervoor vrijstelling worden verleend. Aangezien elke gemeente haar eigen vrijstellingenbeleid kan formuleren adviseren wij u om hiervoor contact op te nemen met uw gemeente. Van de initiatiefnemer wordt verwacht dat hij, gelet op artikel 13 Wbb (zorgplicht) en conform artikel 28 Wbb, melding doet aan het bevoegd gezag van voornemens om de bodem te saneren, verontreinigingen te verminderen en dat hij pas met de bouwwerkzaamheden aanvangt nadat het bevoegd gezag heeft ingestemd met het saneringsplan. Voor meer informatie over bodemonderzoek in het kader van de bouwvergunning en wat BSB Zuid voor u kan betekenen, vindt u hier de factsheets. |