Contact Sitemap Home
      Meer informatie
          Afkortingen en definities

 

Afkortingen en definities

A

B

C

D

E

F

G

H

I

J

K

L

M

N

O

P

Q

R

S

T

U

V

W

X

Y

Z

 

 

 

Achtergrondwaarde

De concentratie aan verontreinigde stoffen die niet het gevolg is van de oorzaak van het te onderzoeken geval van bodemverontreiniging, maar regionaal of lokaal verhoogd is ten opzichte van de streefwaarden door:

*       Natuurlijke oorzaak: afkomstig van bodemvormende processen;

*       Antropogene oorzaak: afkomstig van grootschalige en veelal langdurige bodembelasting.

Actuele blootstelling

Blootstelling zoals deze onder lokale omstandigheden bij het huidig bodemgebruik optreedt.

Actuele risico's (of aanvaardbare risico's)

Er is sprake van actuele risico's bij minstens één van de volgende punten:

*       humaan: als deze de blootstelling van het Maximaal Toelaatbare Risico (MTR) overschrijdt of de concentratie in binnenlucht de Toxicologische toelaatbare Concentratie (TCL) overschrijdt

*       ecologie:als het bodemoppervlak waar de verontreiniging de bodemspecifieke norm overschrijdt groter is dan het voor het bodemgebruik vastgestelde oppervlak

*       verspreiding: als de jaarlijkse toename van het bodemvolume met verontreinigd grondwater boven de interventiewaarde groter is dan 100 m3.

Een geval van bodemverontreiniging waarvoor actuele risico's zijn aangetoond is in principe urgent. In bepaalde gevallen kan het bevoegd gezag op grond van overwegingen besluiten een locatie waarvoor geen actuele risico's zijn vastgesteld toch urgent te verklaren.

AMvB

Algemene maatregel van bestuur; aanvullende regelgeving op een bestaande wet.

Baggerspecieloswal

Te omgrenzen gebied waarin is opgespoten of opgehoogd met (vervuild) onderhoudsbaggerslib uit havens, watergangen, meren of plassen.

Beschikking

Volgens de Wet bodembescherming moeten in een beschikking worden neergelegd:

*       de ernst en urgentie van een bodemverontreinigingsgeval;

*       de instemming met een saneringsplan;

*       de goedkeuring van het evaluatieverslag.

Belangrijk gevolg van een beschikking is dat hierdoor de mogelijkheid bestaat om te kunnen reageren op besluiten van de overheid. Artikel 3:13 van de Algemene wet bestuursrecht bepaalt dat alleen belanghebbenden hun mening mogen geven, bezwaar kunnen aantekenen of in beroep kunnen gaan tegen beschikkingen van de overheid.

Bestemming

De toegestane functie dan wel een wijziging hierop van een gebied of locatie, zoals deze is vastgelegd in een bestemmingsplan.

BEVER

Beleidsvernieuwing Bodemsanering

Bevoegd gezag

Instantie die de status heeft van bevoegd gezag voor een of meerdere wettelijke taken. Met betrekking tot de Wet bodembescherming hebben binnen de provincie’s Limburg, Noord Brabant en Zeeland de volgende instanties de status van bevoegd gezag:

*       Provincie Limburg;

*       Provincie Noord Brabant;

*       Provincie Zeeland;

*       Gemeente Heerlen;

*       Gemeente Maastricht;

*       Gemeente Venlo;

*       Gemeente Breda;

*       Gemeente Helmond;

*       Gemeente ‘s-Hertogenbosch;

*       Gemeente Eindhoven;

*       Gemeente Tilburg.

BGW (Bodemgebruikswaarde)

De minimale kwaliteitseis (concentratie aan verontreinigde stoffen) voor de bodem in de contactzone.

BIO

Bijzonder Inventariserend Onderzoek; Uitgebreid inventariserend onderzoek naar een specifieke bedrijfsactiviteit zoals chemische wasserijen of een specifiek onderwerp als voormalige bedrijfsterreinen

Bodem

Vaste deel van de aarde waarin zich vloeibare en gasvormige bestanddelen en organismen bevinden ofwel grond, grondwater, bodemlucht en bodemorganismen.

Bodemverontreiniging

Chemische toestand van de bodem waarbij stoffen in concentraties boven de streefwaarden aanwezig zijn.

BOOT

Besluit Opslag in Ondergrondse Tanks; Algemene Maatregel van Bestuur op grond van de Wet Milieubeheer, die regels stelt voor de milieuhygiënisch verantwoorde exploitatie dan wel het buiten gebruik stellen van ondergrondse tanks, voor zover deze niet vallen onder de Wet milieubeheer en bedoeld zijn voor de opslag van vloeibare aardolieproducten of afvalwater.

Bron

Oorzaak van de verontreiniging die de belasting van de bodem tot gevolg heeft, zoals een lekkende tank.

BSB

Bodemsanering in gebruik zijnde bedrijfsterreinen; er zijn stichtingen BSB in het leven geroepen om bedrijven, die onder het Besluit verplicht bodemonderzoek vallen, te ondersteunen en begeleiden bij onderzoek naar de kwaliteit van de bodem onder hun bedrijfsterrein.

bsb

Bouwstoffenbesluit; algemene maatregel van bestuur waarin het toepassen van bouwstoffen in werken is geregeld om de bodem en het oppervlaktewater te beschermen en het gebruik van primaire grondstoffen en het stortvolume te verminderen.

BSB uitsteltermijn

Termijn voor onderzoek of sanering die op basis van vrijwilligheid en binnen bepaalde randvoorwaarden met BSB is afgesproken.

Contactzone

Bovenste bodemlaag waarmee mens, plant en dier geregeld in contact (kunnen) komen bij normaal gebruik. Hiermee wordt het binnen het beoogde doel passende gebruik verstaan. De dikte van de contactzone wordt onder andere bepaald door het (beoogde) gebruik, de bodemopbouw en grondwaterstand. De contactzone voor ecologische functies - bij een goede doorwortelbare bodem en een grondwaterstand dieper dan 1,5 meter beneden het maaiveld - is gesteld op 1,5 meter

Deelsanering

Saneren van een deel van een bodemverontreiniging op grond van een deelsaneringsplan, zo nodig gecombineerd met isolatie van de restverontreiniging van het gesaneerde gedeelte, om herbesmetting hiervan te voorkomen.

Drijflaag

Er is sprake van een drijflaag als er op het grondwater een laag 'puur product' aanwezig is; zo is bij verontreinigingen door vloeistoffen met een lagere dichtheid dan water de vorming van een drijflaag niet ondenkbaar, zoals bijvoorbeeld bij minerale olie.

Freatisch grondwater

Water onder de grondwaterspiegel in een betrekkelijk goed doorlatende laag en boven een eerste, slecht doorlatende of ondoorlatende laag.

EOX (Extraheerbare organohalogenen)

Groep chemicaliën waar onder andere chloorhoudende bestrijdingsmiddelen en dioxines vallen.

Gefaseerde sanering

Stapsgewijs in de tijd saneren van een bodemverontreiniging volgens in het (raam)saneringsplan vastgelegde momenten.

Geschiktverklaring

Beschikking op basis van het bevoegde gezag waaruit blijkt dat de bodem geschikt wordt geacht voor een beoogd gebruik, zoals tevoren door de aanvrager aangegeven. Een bodemgeschiktheidsverklaring baseert zich in de regel op een bodemonderzoeksrapport

Geval van ernstige bodemverontreiniging

Geval van verontreiniging waarbij de bodem zodanig is of dreigt te worden verontreinigd dat de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant en dier ernstig zijn of dreigen te worden verminderd; of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, wordt vastgesteld aan de hand van de interventiewaarden. Bij een geval van ernstige bodemverontreiniging overschrijdt de gemiddelde grondconcentratie van de verontreinigde stoffen in 25 m³ bodemvolume of de gemiddelde grondwaterconcentratie in 100 m³ bodemvolume de interventiewaarde.

Geval van verontreiniging

Het gebied waar een verontreiniging zich bevindt. Indien verschillende verontreinigingen technische, organisatorische en ruimtelijke zin met elkaar samenhangen dan behoren zij allemaal tot één geval.

Grenswaarde

Concentratie van een stof in een partij grond, waarbij hergebruik op of in de bodem binnen het Bouwstoffenbesluit is toegestaan, mits de terugneembaarheid wordt gegarandeerd en wordt voldaan aan de eisen en procedures in het Bouwstoffenbesluit.

Heterogene verontreiniging

Ruimtelijke verdeling van de verontreinigde stoffen, die op de onderzoekslocatie een relatief grote variatie kent en waarbij één of meerdere kernen aanwezig zijn.

Historische bodemverontreiniging

Bodemverontreiniging die is ontstaan voor 1987

HO

Historisch Onderzoek

Homogene verontreiniging

Ruimtelijke verdeling van de verontreinigde stof, die op de onderzoekslocatie een kleine variatie kent en geen duidelijke kern heeft: de zogeheten diffuse verontreiniging.

Hw

Hinderwet

Hypothese

Aanname die door middel van bodemonderzoek bevestigd of verworpen moet worden.

IBC

Sanering met maatregelen die leiden tot het Isoleren en het Beheersen van de verontreiniging en tot het Controleren van de effecten daarvan.

Immobiele verontreiniging

Verontreiniging in de bodem die zich niet of nauwelijks verspreidt. Dit is het geval als:

*       het gehalte in het grondwater in de kern van de verontreiniging onder de tussenwaarde ligt en

*       de verontreiniging niet of nauwelijks vluchtig is.

Hiervan kan sprake zijn bij grondverontreinigingen met zware metalen of PAK.

In situ sanering

Sanering van de bodem zonder dat daarbij grondverzet plaatsvindt.

Interventiewaarde (I)

Waarde waarboven de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier of plant heeft ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd.

INVO

Inventariserend Onderzoek

IO

Indicatief Onderzoek; Eerste bodemonderzoek op een onverdachte locatie.

Leeflaag

Constructie .van lagen niet-natuurlijke bodemmaterialen zoals beton en klinkers dan wel grond, bedoeld om contact met de onderliggende bodemverontreiniging te voorkomen.

Licht verontreinigd/verhoogd

Concentratieniveau van de verontreinigende stof ligt boven de streefwaarde maar onder de tussenwaarde.

Lokatiespecifiek

Rekening houdend met lokale omstandigheden en het huidige bodemgebruik.

LSO (LocatieSpecifieke Omstandigheden)

Milieuhygiënische, financiële of technische omstandigheden die verband houden met bijzondere kenmerken van het betrokken verontreinigingsgeval; deze kunnen er toe leiden dat - in plaats van maatregelen om de functionele eigenschappen van de bodem voor mens, plant en dier te herstellen - maatregelen kunnen worden genomen om de verontreiniging te isoleren en te beheersen, en de effecten daarvan te controleren.

Matig verontreinigd/verhoogd

Concentratieniveau van de verontreinigende stof ligt boven de tussenwaarde maar onder de interventiewaarde.

Mobiele stoffen

Stoffen die zich door hun oplosbaarheid met het grondwater verspreiden.

Nazorg

Geheel van maatregelen om de na de sanering achtergebleven restverontreiniging te waarborgen en te handhaven.

NEN

Nederlandse Norm; Door het Nederlandse Normalisatie Instituut goedgekeurde norm(en).

Niet urgent

Niet-urgent is een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvoor is aangetoond dat de aangegeven voorwaarden voor actuele risico's voor mens, ecologie en verspreiding niet worden overschreden. Toch kan er wel degelijk sprake zijn van actuele risico's; deze zijn echter niet zo hoog dat van saneringurgentie sprake is. Voor niet-urgente gevallen wordt geen saneringstijdstip vastgesteld, deze is afhankelijk van andere factoren zoals bestemmingswijziging, bouwactiviteiten en dergelijke.

Nieuwe bodemverontreiniging

Bodemverontreiniging ontstaan na 1 januari 1987.

NO

Nader onderzoek; bodemonderzoek om de ernst en urgentie van de bodemverontreiniging te bepalen.

NVN

Nederlandse Voornorm; Door het Nederlandse Normalisatie Instituut goedgekeurde norm(en).

OO

Oriënterend Onderzoek; Onderzoek naar aanleiding van een vermoeden dat er sprake is van bodemverontreiniging.

Ophooglaag

Bodemlaag die door de mens op het oorspronkelijke bodemmateriaal is opgebracht. Zie ook “stedelijke ophooglaag”

PAK's (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen)

Verbindingen gebaseerd op drie of meer onderling verknoopte benzeenringen. Ze kunnen ontstaan bij verhitting van organische stof en door natuurlijke oorzaken als brand (bijvoorbeeld houtskool en as). In bodemonderzoek wordt onderzocht op de volgende 10 PAK's:

*       naftaleen

*       anthraceen

*       fenanthreen

*       fluorantheen

*       benzo(a)antraceen

*       chryseen

*       benzo(a)pyreen

*       benzo(ghi)peryleen

*       benzo(k)fluorantheen

*       indeno(1,2,3-cd)pyreen

Percentage Lutum

Percentage van de bodem dat bestaat uit lutum ofwel minerale delen waarvan de diameter 2µm of kleiner is. Het lutumgehalte is van belang voor de bodemtypecorrectie bij het vaststellen van de interventiewaarde voor bepaalde verontreinigingen, waaronder zware metalen.

Percentage organisch stof

Massapercentage van de bodem dat bestaat uit organische stof; ook wel: het organisch stofgehalte.

PR

Prioriteiten Rangschikking

PR-1

Prioriteiten rangschikking op basis van inschrijving zoals bedrijven zich bij de Kamer van Koophandel hebben ingeschreven

PR-2

Prioriteitenrangschikking na verificatie van de gegevens door de stichting BSB

PR-3

Prioriteitenrangschikking waarbij op basis van de resultaten uit het verkennend bodemonderzoek een voorlopige urgentieklasse wordt aangegeven waarvoor een nader bodemonderzoek moet zijn uitgevoerd

PR-4

Op basis van de resultaten uit het nader bodemonderzoek wordt de definitieve urgentieklasse aangegeven. Deze klasse zegt iets over de ernst en urgentie van de aangetroffen bodemverontreiniging en het tijdstip waarvoor een eventuele sanering met zijn aangevangen

Sanering in eigen beheer

Alle saneringen die niet worden uitgevoerd en gefinancierd uit de beschikbare financiële middelen volgens de Wet bodembescherming.

Saneringsnoodzaak

Er is een saneringsnoodzaak als is vastgesteld dat er sprake is van geval van ernstige bodemverontreiniging.

SBI Standaard Bedrijfs Indeling;

codes die worden gebruikt om aan te geven welke bedrijfsmatige activiteiten een bedrijf uitvoert.

SCG (Service centrum Grondreiniging)

Service Centrum Grondreiniging te Utrecht: geeft onder andere advies over de mate waarin verontreinigde grond gereinigd kan worden.

SIKB (Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer)

Samenwerkingsverband tussen markt en overheid met als doel een bijdrage te leveren aan goedkopere en snellere methoden voor bodemsanering, en aan de ontwikkeling van bodembescherming en -beheer als instrument om (extra) verontreiniging in de bodem te voorkomen.

SO (Saneringsonderzoek)

Inventarisatie van de mogelijke manier van saneren die de milieuhygiënische, technische en financiële aspecten beschrijft alsmede de bodemkwaliteit die hierdoor zal worden bereikt.

SP (Saneringsplan)

Beschrijving van uit te voeren saneringswerkzaamheden voor een geval van ernstige bodemverontreiniging die bij de melding ex artikelen 28 en 39 Wbb wordt ingediend; de inhoudseisen van het saneringsplan zijn opgenomen in artikel 39 Wet bodembescherming.

Stedelijke ophooglaag

Bovenste bodemlagen in stedelijke dan wel industriegebieden die door de mens zijn aangebracht door:

*       verharden;

*       ophogen;

*       storten;

*       dempen;

*       vergraven;

*       bouwen;

*       slopen.

Sterk verontreinigd/verhoogd

Concentratieniveau van de verontreinigende stof ligt boven de interventiewaarde

Streefwaarde (S)

De streefwaarden geven het niveau aan waarbij sprake is van een duurzame bodemkwaliteit (het niveau dat bereikt dient te worden om de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier of plant heeft, volledig te herstellen).

SUBAT

Stichting Uitvoering Besluit Amovering Tankstations

Tussenwaarde (T)

De tussenwaarde is het rekenkundige gemiddelde van de streefwaarde en de interventie waarde (S+I/2). Bij een overschrijding van deze waarde is nader onderzoek noodzakelijk. Bij een mengmonster wordt getoetst aan (S+I/n+1), waarbij n het aantal monsters is waaruit het mengmonster is samengesteld

Urgent

Urgent is een geval van ernstige bodemverontreiniging waarbij volgens de urgentiesystematiek de aangegeven voorwaarden voor actuele risico's voor mens, ecologie of verspreiding worden overschreden. Een ernstig geval van bodemverontreiniging is urgent, tenzij is aangetoond of aannemelijk is gemaakt dat dit niet-urgent is. Voor een urgent geval wordt vastgesteld wanneer met de sanering moet worden gestart.

Verbond

Afkorting van het Besluit verplicht bodemonderzoek bedrijfsterreinen

Verhardingslaag

Het betreft een opgebrachte laag met de bedoeling hierdoor het erf/bedrijfsterrein steviger te maken om zodoende de draagkracht en berijdbaarheid van de bodem te vergroten en is hiermee in principe tijdelijk en monofunctioneel. Deze functie dient nog aanwezig te zijn. Daarnaast is er sprake van een duidelijke fysieke overgang tussen de verhardingslaag en de bodem en de laag bestaat voor meer dan 50 gewichtsprocenten uit deeltjes groter dan 2 mm

Verkennend bodemonderzoek

Onderzoek naar bodemverontreiniging zoals beschreven in NEN 5740. Het verkennend bodemonderzoek geeft zowel voor verdachte als voor niet-verdachte locaties een onderzoeksstrategie.

Verdachte locatie

Een locatie is verdacht als er een vermoeden van bodemverontreiniging bestaat.

Vooronderzoek/Historisch onderzoek/Basisdocument

Verzamelen van beschikbare gegevens over de locatie en de directe omgeving voor de zaken die voor bodemverontreiniging van belang zijn. Denk hierbij aan het bodemgebruik ofwel alle activiteiten in het heden en verleden die mogelijk de bodem hebben verontreinigd, de bodemopbouw en de lokale (geo)hydrologische situatie. In de praktijk wordt veelal 'historisch onderzoek' gebruikt in plaats van 'vooronderzoek'. Binnen de BSB-operatie wordt gesproken over een basisdocument

VROM (Ministerie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer)

Ministerie die voorwaarde schept voor de kwaliteit van wonen en leven in onze huidige samenleving en toekomstige.

Waterkwaliteitsbeheerder

Bestuursorgaan dat vergunningen mag verlenen volgens de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren.

Wbb

Wet Bodembescherming

WVO (Wet Verontreiniging Oppervlaktewater)

Regels ter bescherming van het oppervlaktewater.

Wm
Wet milieubeheer, voorheen Hinderwet

Wet die algemene onderwerpen op gebied van milieubeheer regelt, voornamelijk voor inrichtingen, afvalstoffen, vergunningprocedures, handhaving, bezwaar en beroep.

Wbb (Wet bodembscherming)

Wet met algemene regels om de bodem te beschermen; uitgebreid met een saneringsregeling om historische bodemverontreinigingsgevallen in eigen beheer te saneren.

Zorgplicht

Sinds 1 januari 1989 is op grond van de Wet milieubeheer (Wm) de zorgplicht van toepassing: eenieder is verplicht ervoor te zorgen dat de bodem niet vervuild raakt en, indien dat toch gebeurt, de negatieve gevolgen ervan ongedaan te maken.